Over een blaffend zeehondje en ontvoerde tijd

Ik heb een blaffend zeehondje in huis. Super cute, heel gezellig, maar een drieënhalf jarige die alles bij elkaar hoest (‘s nachts en overdag) fietst je plannen aardig in de wielen, kan ik je vertellen. 

Over het algemeen ben ik niet zo gestresst.

Maar als er zomaar een dag van mijn tijd gekaapt wordt, omdat die kleine meneer toch zo echt niet naar de opvang kan, dan schiet mijn cortisol level toch echt wel omhoog. Er moeten boodschappen gedaan, er moeten klussen af voor klanten, en oh, ik heb ook nog een belangrijk telefoontje tussen de middag. Niet handig en professioneel als daar zeehondjes doorheen blaffen.

Maar ja, hij is zo lamlendig zegt man, zo kan hij toch echt niet naar de opvang. Houd hem toch lekker thuis joh, zegt man, kan hij even bijkomen. En man vertrekt, met de open botervloot, vieze borden en halflege glazen nog op tafel. Doei!

Zeehondje

Lang leve de iPad

Dus. Dan maar proberen om zo veel mogelijk te doen met zeehondje erbij. Lang leve de iPad. Het is vandaag even niet anders.

Die iPad is bij lange na niet voldoende natuurlijk. Er moeten krentebollen gesmeerd, omgevallen bekers opgedweild, paracetamol naar binnen worden gemanipuleerd, geknuffeld. Het is een ziek jongetje, he, ik bedoel maar.

Gefrustreerd installeer ik me aan de keukentafel voor het gesprek met een klant. Ik had allang aan die wat grotere klus willen beginnen, maar als ik steeds onderbroken word schiet dat niet op. Dan nu eerst dat maar afhandelen, dan kan ik daarna snel aan de slag.

Het is elf uur, maar wie er ook belt, geen klant.

Ze had gezegd dat het 5 over kon worden, in verband met een aansluitende vergadering. Het wordt 5 over. En 10 over. Ik stuur haar een app:  geen antwoord. Kwart over. Twintig over. Ondertussen handel ik wat mailtjes af, maar ik word ook steeds kriegeliger. Het is namelijk niet zo dat ik de hele dag reikhalzend naar haar telefoontje zit uit te kijken, omdat ik de afleiding wel kan gebruiken.

Als ik net een nieuw berichtje zit te tikken, belt ze. Vijf over half 12 is het inmiddels. Mea culpa, het spijt me ontzettend, de vergadering liep uit en te moest ze nog even meedenken met een spoedje.

Ik hoor mezelf zeggen dat het niet geeft.

Dat dat soort dingen kunnen gebeuren, en ik vraag zelfs of het haar op dit moment nog wel past of dat ze misschien door moet. Het past haar wel, we praten een minuut of 20, en pas tegen het einde van het gesprek breng ik voorzichtig op dat we de volgende keer misschien moeten kijken naar een tijdstip wat ze echt opvolging  kan geven. Want ik heb het best een beetje druk, haha. Ze begrijpt het helemaal en belooft beterschap.

Want dat dit niet de eerste keer was dat dit me in het contact met haar overkwam, dat snap je zeker wel.

‘S Avonds zit ik voor een inhaal race achter de laptop.

Zeehondje en zijn zus liggen inmiddels lekker te ronken. Er donderen subiet wat kwartjes naar beneden. Hoeveel tijd er soms van je wordt weggekaapt. Hoeveel uren verloren gaan aan wachten, of inefficiënt werken. Hoe frustrerend dat is en hoe pissig ik daar eigenlijk van word. Ook al zeg ik dat ‘het niet geeft en dat nou eenmaal kan gebeuren’.

Het is makkelijk om met een beschuldigende vinger naar anderen te wijzen.  Naar manlief, die wel zijn oordeel geeft maar vervolgens de beslissing en uitvoering aan mij overlaat. Naar het zeehondje, wat aanhankelijker is dan normaal en waardoor zijn ‘ik heb er de KRACHT niet meer voor’ level omhoog gaat. Of naar mijn klant, die mij een half uur laat wachten, en dan vervolgens verwacht dat ik nog steeds in de startblokken zit om haar te woord te staan.

Er is er echter maar een naar wie ik zou moeten wijzen.

En dat is naar mezelf, in de spiegel. Want ik trek mijn bek niet open om in ieder geval te overleggen met manlief, wie er thuis blijft vandaag met het zeehondje. Ik ben niet duidelijk genoeg naar zeehondje, door wie ik me steeds net even te lang laat storen, voordat ik zeg dat hij even moet wachten tot mama klaar is met…. En mijn assertiviteit is bij mijn klant zo goed als helemaal verdwenen, die ik ver over mijn grenzen laat gaan als het gaat om het gebruik van mijn kostbare tijd.

Voor mij was het de bewustwording van de week. In mijn vorige baan nam ik in een training over ziekteverzuim het volgende in mij op: ziekte overkomt je, verzuim overleg je.

Dezelfde analogie gaat natuurlijk voor je eigen tijd, maar zeker die van een ander op.

Sommige situaties overkomen je, maar wat je er mee doet, dat bepaal je zelf. En als er een ander bij jouw tijd betrokken is, dan overleg je met elkaar.

Ik denk voortaan wel 3 keer na voordat ik weer roep ‘het geeft niks’.

Want het geeft namelijk wel. Jij bent de baas over jouw eigen tijd.

Hij is al zo kostbaar. Laat hem niet van je wegkapen.

Hoe is dit voor jou?

Herken je het dat je tijd wel eens wordt weggekaapt? Ik ben benieuwd hoe je daar mee omgaat.

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *